Sinds 2003 werk ik op landelijk niveau aan het elektronisch (of digitaal) maken van de overheid. De dienstverlening van de overheid, zoals het kunnen aanvragen van een vergunning, moest via internet beschikbaar komen. Wat in het vorige decennium bij banken al standaard was, internetbankieren voor de klant, was toen bij de overheid nog niet goed geregeld. Zo wilde de overheid papieren formulieren vervangen door elektronische formulieren. En als die vervolgens via internet binnenkwamen, dan zou een overheidsorganisatie ze ook digitaal moeten kunnen afhandelen. Dat betekende dat de overheid ook intern digitaal moest gaan werken.

Dat de overheid daarmee niet voorop liep, was niet vreemd. Want zowel intern als naar de klant digitaliseren vergt in eerste instantie forse investeringen. Banken hadden dat eerder voor elkaar. Maar ook daar hebben de interne automatisering en de dienstverlening via internet miljarden euro's gekost. Terwijl het werk van de overheid eerder complexer dan minder complex is. Zo heeft een gemiddelde gemeente, ook een gemeente met maar 20.000 inwoners en 200 ambtenaren, enkele honderden producten. En dan hebben we het alleen nog maar over wat een burger of bedrijf kan aanvragen, zoals een paspoort, een rijbewijs, vergunningen voor het kappen van een boom, het bouwen of verbouwen van een huis of voor een invalidenparkeerplaats. Ook subsidies zoals voor monumenten, sportverenigingen en bijvoorbeeld een muziekfestival, beginnen met het aanvragen ervan, met bij voorkeur dus een digitaal formulier. Naast de dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven heeft een gemeente ook nog andere taken. Denk aan het onderhoud van lokale wegen, het beheren van een sporthal en de zorg voor de lokale leefomgeving. Ook de daarbij horende administraties vragen tegenwoordig om automatisering oftewel uitvoering op computers.

Elke overheidsorganisatie is verantwoordelijk voor de eigen automatisering. Maar oplossingen zijn of worden voor een deel gezamenlijk en/of op landelijk niveau ontwikkeld. DigiD, het systeem om bij de overheid in te loggen, is een bekend voorbeeld. Maar ook grote bestanden met persoonsgegevens, gegevens over bedrijven, kadastrale gegevens (van wie is welk huis en welk perceel) en topografische gegevens (waar ligt welke weg en welke watergang) organiseert de overheid op landelijk niveau.

KING en GEMMA

Veel oplossingen op landelijk niveau zijn of worden ontwikkeld door programmabureaus van de onder het minsterie van BZK vallende stichting ICTU. Ik heb daar achtereenvolgens gewerkt voor het programma e-Provincies en het op gemeenten gerichte programma EGEM. Sinds 1 januari 2010 werkte ik als proces- en informatiearchitect bij KING, het KwaliteitsInstituut Nederlandse Gemeenten (met sinds 1 januari 2018 de nieuwe naam VNG Realisatie). Ik werkte daar aan GEMMA, de landelijke referentiearchitectuur voor de informatievoorziening van gemeenten.

In 2014 en 2015 heb ik ook nog weer uren voor ICTU gemaakt, waar ik voor NORA, de Nederlandse Overheid ReferentieArchitectuur, de thema's Zaakgericht werken en Duurzame toegankelijkheid heb opgezet.

Bij KING was ik gespecialiseerd in de proces- en informatiearchitectuur van het archiveren van digitale informatie en van het duurzaam toegankelijk bewaren van digitale informatie (beide aandachtsgebieden overlappen elkaar maar zijn niet geheel hetzelfde). Wat ik daar heb uitgewerkt is voor een belangrijk deel te zien onder het thema Informatie- en archiefbeheer op Gemmaonline.nl.

Pensionering en ZZP-er

Toen ik in 2015 de leeftijd van 65 jaar (plus 3 maanden) bereikte, veranderde mijn fulltime dientverband bij KING in een parttime dienstverband. Tegelijkertijd werd ik ook parttime ZZP-er met als eerste klus het werken aan DUTO, een set eisen voor Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie, in opdracht van het Nationaal Archief. Eind 2017 vertrok ik helemaal bij KING. Het ZZP-werk blijf ik voorlopig, naast dat ik nu meer vrije tijd heb, nog doen met als laatste opdrachten projectleider zijn voor het ontwikkelen van een producten- en dienstencatalogus voor het Streekarchief Midden-Holland en het geven van een training voor het adviesbureau Doxis over een NEN-norm voor digitaal archiveren.  

Tenslotte: wat houdt dat in, informatiearchitectuur?

Bij het thema elektronische overheid beschrijft een architectuur hoe je die e-overheid inricht. Informatiearchitectuur gaat dan over de structuur, werking en samenhang van oplossingen. Bij hetgeen ik uitwerk gaat het niet om details maar om de hoofdlijnen, Een geautomatiseerd informatiesysteem, vaak een computerprogramma van honderduizenden programmaregels waar vele mensjaren werk van ontwerpers en programmeurs in kan zitten, is bij mij niet meer dan een rechthoekje. Ik ga ook niet over die programmaregels. Maar ik weet op hoofdlijnen wat zo'n systeem doet en beschrijf hoe het hoort samen te werken met andere systemen. Ik werk dat uit in modellen en teksten die gemeenten gebruiken om hun informatievoorziening in te richten. De onderstaande plaat is zo'n model. Ik tekende het in 2009 waarna het werd gepubliceerd als onderdeel van de GEMMA Informatiearchitectuur 1.0. Gemeenten gebruiken de plaat om na te denken over vooral de informatiefuncties en de aan te schaffen systemen in hun midoffice (de midoffice is het generieke, niet afdelingsgebonden deel van hun interne formatievoorziening).

ICTU en NORA

Naast het werken bij KING aan GEMMA, maakte ik van 1 januari 2014 tot 1 juli 2015 ook weer uren voor ICTU. Daar werkte ik aan NORA, de Nederlandse Overheid ReferentieArchitectuur, tevens (tegenwoordig) de 'moeder' van GEMMA. Eerder deed ik ook nog ontwikkelwerk in een team.
Uiteindelijk heb ik bij NORA gewerkt aan drie onderwerpen:

Tenslotte hieronder nog een model in ArchiMatetaal dat ik maakte, te vinden op een pagina van NORAonline.