Dat is onwaarschijnlijk, is mijn conclusie, als ik er met een systeembril naar kijk.

Als je het produceren, verhandelen en gebruiken van drugs bekijkt als een systeem, dan blijkt dat systeem complex. Veel van de aspecten die het systeem laten functioneren en nu in stand houden, gaan waarschijnlijk niet aangepakt worden ondanks alle ambities die de politiek daarover uitspreekt.
Wat gaat er waarschijnlijk wel gebeuren?
De 'maatschappij' gaat nog wat harder vechten tegen het systeem. Maar dat zal het systeem niet echt veranderen.

Welke aspecten houden het systeem intact?

Ik noem er een paar (om volledig te zijn is een diepergaande analyse nodig) en geef daarbij commentaar:
  • vanuit de maatschappij is er vraag naar soft en hard drugs. Weinig wijst erop dat die gaat afnemen. Sommigen in de politiek doen een moreel appèl op de gebruikers of pleiten daarvoor. Uit de psychologie en sociologie echter is bekend dat een moreel appèl zonder andere prikkels bij slechts een klein deel van de mensen tot een gedragsverandering leidt. Misschien dat meer communicatie over het schadelijk zijn van drugs voor de gezondheid enig effect kan hebben. Maar dan nog vergt het op die manier veranderingen van een systeem tientallen jaren; denk aan alle voorlichting die enkele tientallen jaren is gegeven over de nadelen van roken. Pas sinds kort kan gesproken worden van een omslag in het denken over roken;
  • er is aanbod uit binnen- en buitenland met goed werkende productiecentra en aanvoerlijnen;
  • de wetgeving hinkt op twee gedachten. Het gebruiken en bezitten van beperkte hoeveelheden is toegestaan of wordt gedoogd, evenals de verkoop van soft drugs in zogenoemde koffieshops. Het produceren van drugs is niet toegestaan evenals het op niet-beperkte schaal verhandelen en distribueren van drugs. Die twee werelden bestaan niet alleen naast elkaar, ze sluiten in de praktijk ook goed op elkaar aan;
  • met de productie van en de handel in drugs wordt veel tot heel veel geld verdiend;
  • de producenten, handelaren en aanbieders die veel geld verdienen, kopen daarmee macht;
  • in de huidige maatschappij zijn er genoeg kansarmen die wat willen bijverdienen en daarvoor bereid zijn tot het verlenen van hand- en spandiensten bij de productie en distributie van drugs;
  • de afgelopen tientallen jaren is er bezuinigd op jeugdwerk en buurthuizen. Voor kansarme jongeren in achterstandsbuurten zijn er minder vangnetten dan voorheen;
  • een deel van die achterstandsjongeren wisselt een bestaan met weinig perspectief graag in voor een bestaan dat aanzien, geld, mooie kleren, een duur horloge en een blitse auto oplevert;
  • ik ken in mijn eigen wijk geen wijkagent (meer). Elders zijn die ook verdwenen. Door bezuinigingen is de overheid minder aanwezig op straat en 'in de haarvaten van de maatschappij'. Overheid en politie hebben daardoor minder zicht op de jongeren die ontsporen of bezwijken voor de verlokkingen van snel geld; 
  • de bevoegdheden en de mogelijkheden van de politie zijn beperkt en/of de politie komt er in de praktijk niet toe om alle mogelijkheden te gebruiken. Veel drugsdealers kun je bellen met het verzoek drugs op een bepaald adres af te leveren. Ik heb nog nooit gehoord dat de politie dat soort nummers belt om zich voor te doen als een burgerklant om de dealer vervolgens op te wachten en te arresteren;
  • het is een ongelijke strijd. De politie en andere bestrijders van drugs moeten zich houden aan een uitgebreid geheel van wet- en regelgeving waaronder bijvoorbeeld de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Degenen die ze bestrijden lappen juist alle wet- en regelgeving aan hun laars. De grote kopstukken regelen hun zaakjes zelfs vanuit het buitenland, dus op grote afstand van de Nederlandse politie en rechterlijke macht. De politie en de rechterlijke macht moeten bovendien werken vanuit duidelijke structuren, ze zijn zichtbaar en ze moeten zich voor wat ze doen verantwoorden. Ook dat geldt niet voor degenen die ze bestrijden. Die situatie is vergelijkbaar met die van een guerillaoorlog. De macht ligt daardoor niet per definitie bij de formele en zichtbare partij waar die macht hoort te liggen;
  • de politie en de rechterlijke macht zijn zwak georganiseerd op terreinen waar dat niet nodig is. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de ICT. Die is bij beide sectoren niet op orde. Het bewaren en uitwisselen van gegevens werkt daardoor niet optimaal werkt, waardoor er minder efficiënt wordt gewerkt en ook de samenwerking minder is dan zou kunnen;
  • bij sommige dienstverleners in de publieke sector, die geacht worden ook mee te werken aan het bestrijden van drugs, zijn er die ook overstag gaan voor het snelle geld. Zo worden douaniers in de Rotterdamse haven soms omgekocht om containers ongecontroleerd door te laten;
  • er is weinig bereidheid bij de politiek om de huidige dubbele situatie van deels toestaan of gedogen en deels verbieden te veranderen richting óf meer legalisering óf meer en consequenter verbieden. Dat die bereidheid er nauwelijks is wordt deels ook bepaald door internationale verhoudingen en dat uit de pas gaan lopen met het buitenland andere problemen zou opleveren;
  • de politiek is bereid meer geld uit te trekken voor de bestrijding van drugs, maar niet heel veel meer geld, want dat zou dan op enig moment vertaald moeten worden naar hogere belastingen terwijl diezelfde politiek de financiële lasten voor burgers juist wil verminderen. Onder andere daardoor is niet te verwachten dat de onderbezetting bij de politie en de rechterlijke macht echt opgelost gaat worden.

Hier komt nog bij dat de politiek en de overheid geacht worden sturing te geven aan ontwikkelingen in de maatschappij. In de praktijk echter reageert de politiek vaak reactief of erger. Men loopt achter de ontwikkelingen aan, of men ontloopt problemen en schuift het bedenken en invoeren van oplossingen voor zich uit. Als dat niet langer werkt, dan reageert men niet zelden met zwakke op compromissen gebaseerde maatregelen. Want zo werkt democratie in een complexe samenleving.